Türkçe Kursu

İsmin halleri (De naamvallen)

Het Turks kent vijf naamvallen en bij elke zin wordt een of meer naamvallen gebruikt. De verschillende functies in de zin worden aangeduid door naamvallen (achtervoegsels) aan het woord te voegen. In het Nederlands gebruiken we een voorzetsel (
in, op, naar, via, uit, enz.) gevolgd door een zelfstandig naamwoord (in de trein, via Utrecht, uit huis, enz.) In het Turks worden deze voorzetsels vaak vervangen door een naamval (-e, -i, de, -den) De naamval komt nooit voor het zelfstandig naamwoord, maar wordt er- achter aan vastgezet.

Voorbeelden:

okul yeni =  de school is nieuw

okul
-a gidiyor/gidecek = hij/zij gaat naar school

okul
-u bitirince izine gidecek = als hij/zij klaar is met zijn/haar school gaat hij/zij op vakantie

okul
-da bekliyor = hij/zij wacht op school

okul
-dan geldi = hij/zij is terug van school

Let op: Na de medeklinkers van ç, k, p, t, veranderen de letters de ç in c, de k, in ğ, de p, in b, en t, in d. Indien de namen op een klinker eindigen, komt er een verbindingsletter –y–  tussen om te voorkomen dat twee klinkers achter elkaar komen. Als de eigennamen in combinatie met naamvallen gebruik worden, gescheiden ze door een apostrof (').


İsmin yalın hali (De eerste naamval of 'nominatief')


De eerste naamval is de vorm van de namen die geen achtervoegsel krijgen. Ook werkwoorden die met de eerste naamval gebruik kunnen worden, krijgen geen achtervoegsels.

Voorbeelden: taş = het steen, sene = het jaar, kitap = het boek, ağaç = de boom, dert = de probleem, renk = het kleur, tarak = de kam,  en Ahmet

Okul uzak değildir. ( okul uzak degil ki ) = De school is niet ver.

( bu bina buyuk ) Bina büyüktür. = Het gebouw is groot.

( Bir ) Araba görüyorum. = Ik zie een auto

Tren geliyor = De trein komt

Otobüs bekliyor = De bus vertrekt ( wacht )

( Bir ) Araba satın almak istiyorum = Ik wil een auto kopen.

Yardım etmek istiyorum = Ik wil helpen.

Sinemaya gitmek istemiyorum = Ik wil niet naar de bioscoop gaan.


İsmin i hali (De tweede naamval of 'accusatief')

De vorm van de tweede naamval wordt gemaakt door de achtervoegsels -i, , -u, achter de namen te plaatsen. 

Voorbeelden:

Elmalar yıkayorum =
Ik was de appels

Okul
-u bitirince öğretmen olacağım = Als ik klaar ben met mijn school, wordt ik leraar

Üzüm
yedi bitirdi = Hij/zij heeft alles van de druiven opgegeten

Ağır taş
kaldırabildi = Hij heeft de zware steen kunnen optillen

 Seney
-i Türkiye'de geçireceğim = Ik ga het komende jaar doorbrengen in Turkije


Ben bu kitab
okudum = Ik heb dit boek gelezen

Bahçıvan ağac
budadı = De tuinman heeft de boom gesnoeid

Arabanın reng
-i güzel değil = De kleur van de auto is niet mooie

Ahmet tarağ
kırdı = Ahmet heeft de kam stuk gemaakt

Satın alma
-yı unutma = Vergeet niet te kopen

Söyleme
-yi unutma = Vergeet niet te zeggen.

Mektup yazma
-yı unutma = Vergeet niet een brief te schrijven

Baba
-sı çocuğu çağırdı = De vader heeft zijn kind geroepen

Şimdi sorular
cevaplayın = Beantwoord  nu de vragen

Burada kim
-i bekliyorsunuz = Op wie wacht u hier?



İsmin e hali (De derde naamval of 'datief')


Derde naamval wordt gemaakt door achtervoegsels
-e achter het woord te plaatsen, maar het kan ook   -a verwacht worden als de laatste letter een van deze klinkers a, ı, o, u zijn. De derde naamval wordt vaak gebruikt om richting aan te duiden van hier naar daar. In het Nederlands vertaalt meestal met de voorzetsel aan, naar, op, voor en dergelijke.

Voorbeelden:
Elmalar-a bakıyorum =
Ik kijk naar de appels

Üzüm üzüm
-e baka baka kararır = Wie met pek omgaat, wordt ermee besmet

Taş
-a tutmak = Stenen naar iets gooien

Kitab
-a uydurmak = Een uitweg/oplossing vinden voor iets onwettigs

Ağac
-a tırmanmak = klimmen in een boom

Okul
-a gidiyor = Hij/zij gaat naar school

Bugün doktor
-a gideceğim = Vandaag ga ik naar de dokter

Manav
-a alışverişe gidiyorum = Ik ga naar de groentewinkel om boodschappen te doen

Ankara
'-ya çok turist geliyor = Er komen veel toeristen naar Ankara

Utrceht
'-e gidiyorlar = Zij gaan naar Utrecht

Araba
-ya bindik = We zijn in de auto gestapt.

Hastanın durumu kötü
-ye gidiyor = De toestand van de patient gaat achteruit (verslechterd)

Geçen hafta Hollanda
'-ya döndüler = Zij zijn vorige week teruggekeerd naar Nederland.

Ekmek alma
-ya gidiyor = Hij/zij gaat brood kopen.

Anlatma
-ya karar verdi = Hij/zij heeft besloten om het te vertellen.

Bugün okul
-a gitti = Hij/zij is vandaag naar school gegaan

Kitabı on lira
-ya aldı = Hij/zij heeft dat boek voor tien Turkse lira's gekocht

Hafta
-ya size gelelim = Laten wij volgende week naar jullie komen

Akşam
-a kadar okulda ders çalıştık = Wij hebben op school tot laat in de avond aan ons huiswerk gezeten


İsmin de hali (De vierde naamval of 'locatief')

De vorm van de vierde naamval wordt gemaak met de achtervoegsel
-de. Maar het kan ook   -da verwacht worden als de laatste letter een van deze klinkers a, ı, o, u zijn. Na de medeklinkers van ç, f, h, k, p, sş, t, veranderen de achtervoegsels -de en -da in -te, en -ta.

Voorbeelden:

ev-de oturma =
zit niet thuis

okul
-da öğren = leer het op school

yurt
-ta kaldı = hij is in het internaat gebleven

Okullar bu yıl
-da eylülde açılacak = De scholen beginnen dit jaar weer in september

Suyu bir yudum
-da içti = hij/zij heeft in één slokje zijn/haar bekertje water opgedronken

Çamaşırları el
-de yıkıyormuş = hij/zij doet zijn/haar was met de hand

Saat yedi
-de gelecekmiş = het schijnt dat hij/zij om zeven uur zal komen

Her şey yerli yerin
-de = alles staat op de juiste plek

Yıl
-da yirmi gün izni var = Hij/zij heeft twintig verlof degen in één jaar

Hafta
-da bir geliyor = Hij komt elke week een keer

Yüz
-de yetmiş başarı vardı = De prestatie was zeventig procent


İsmin den hali (De vijfde naamval of 'ablatief')

De vorm van de vijfde naamval wordt gemaakt met de achtervoegsel
-den. Maar het kan ook   -dan verwacht worden als de laatste letter een van deze klinkers a, ı, o, u zijn. Na de medeklinkers van ç, f, h, k, p, sş, t, veranderen -den of -dan in -ten, en -tan.

Voorbeelden:

Ali okul
-dan çıktı =  Ali is uit school

ev
-den ayrıldı = Hij/zij is weg van huis

Yurt
-tan geliyor = Hij/zij komt vanuit de internaat

Devlet
-ten istedi = Hij/zij wilde van de overheid

Ali, ev
-den yeni çıktı = Ali is nog net uit huis

Ahmet köpek
-ten korkuyor = Ahmet is bang voor honden

Gitmek
-ten korkuyor = Hij/zij is bang om te gaan

Meryem doktora gitmek
-ten korkuyor = Meryem is bang om naar de dokter te gaan

Atlamak
-ten korktum = Ik was bang om te springen