{{Nasrettin Hoca}}

Nasrettin Hodja en de jas

Hoca heeft een mooie jas gekocht. Zo rijk is hij niet. Ineens nodigen rijke mensen hem te eten uit. Als hij bij hen komt, doet hij de jas uit en stopt hij de jas het eten toe.Ga eten, zegt hij tegen z'n nieuwe jas, eten!


Een gat graven

Op een dag nam de Hodja een schop en begon een diep gat te graven.
Enig buren verzamelden zich rondom hem en vroegen waarvoor dat gat bedoeld is.
De Hodja antwoordde:
Zien jullie daarginds al die aarde die uitgegraven werd, om het fundament voor het nieuwe huis te leggen.
Nou het ziet er naar uit dat niemand weet, wat je met al die troep die daar nu rond ligt moet doen.
Dus heb ik maar besloten, om dit gat te graven om al die troep daarin te gooien.
Maar Hodja, zei een van de buren. Maar wat ga je doen met al die troep die je nu uit het gat graaft .
Nu is het afgelopen, zei de Hodja. Moet ik dan elke kleinigheid weten?

De rechtszaak

Een vriend van de Hodja had enige zakken met tarwe gestolen en de politie had hem daarbij gearresteerd.
Hij moest voor het gerecht verschijnen.
Zo kwam het, dat hij de Hodja vroeg om voor hem te liegen tijdens de ondervraging.
Toen ze de Hodja ondervroegen , vertelde hij hun elk detail over wat er gebeurd was met de zakken gerst.
De rechter onderbrak hem en zei dat hij getuigenis afleggen moest van wat er gebeurd is met de zakken tarwe en niet van de gerst.
De Hodja zei :
Edelachtbare, als iemand liegt, maakt het een verschil of hij nu over de gerst of over de tarwe liegt ?

Hoe zie je het verschil

Een keer kwam een reiziger terug uit Afrika en vertelde over zijn fantastische belevenissen.
Het is er zo heet, dat alle mannen en vrouwen naakt rondlopen.
Daarop vroeg de Hodja:
Hoe onderscheidt je daar dan vrouwen van mannen ?

Minder en minder vreten

In een winter had de Hodja moeite om met zijn geld rond te komen.
Daarom bedacht hij mogelijkheden om zijn uitgaven te verminderen.
Hij besloot zijn ezel minder vreten te geven.
Dat deed hij dan ook, en zijn ezel scheen met dat wat het kreeg tevreden te zijn.
Na een paar dagen gaf hij de ezel nog minder, en de ezel scheen nog steeds gelukkig te zijn.
En zo ging hij verder de ezel steeds minder te geven., totdat hij het arme dier, minder dan de helft van zijn normale portie gaf.
De ezel bewoog zich langzamer en was rustiger dan vroeger, maar de Hodja dacht dat het nog steeds gelukkig en gezond was.
Tot op een morgen hij de stal betrad en tot zijn verassing, de ezel dood op de bodem vond.
Daarover merkte hij op:
Wat jammer! Als hij niet gestorven zou zijn, dan had het zich eraan gewend niets te vreten.

Hete soep

De Hodja was op een dag zeer hongerig.
Als ik nu een goede hete soep zou hebben, dan zou ik zo tevreden zijn.
Precies op dat moment klopte iemand aan de deur.
Hij opende de deur en daar stond een jongen met een lege bord in zijn handen.
De jongen zei:
Mijn moeder voelt zich niet goed. Kunt u haar aub. een beetje hete soep geven?
Dat is toch niet mogelijk, zei de Hodja .
Nog niet eens mijn gedachten zijn van mij.
Ik hoef alleen maar aan soep te denken, en mijn buren kunnen het al ruiken.

Hier is meer licht

Op een dag verloor de Hodja ergens in zijn huis, zijn gouden ring.
Nadat hij een tijdlang had gezocht en hem niet kon vinden ging hij naar buiten en zocht daar verder.
Zijn buurman vroeg hem wat hij aan het zoeken was.
Ik zoek mijn ring, antwoordde de Hodja.
Waar heb je hem verloren, vroeg de buurman.
Ergens in het huis, zei de Hodja.
Waarom zoek je hem dan hier buiten?
Omdat er hier buiten meer licht is.

De kat heeft het gevreten

Op een dag kwam de Hodja van de markt terug. Hij bracht een heel lekker stuk vlees mee naar huis. In zijn gedachten stelde hij zich een heerlijk maal voor en kon nauwelijks het middageten afwachten. Hij gaf het vlees aan zijn vrouw zodat zij het kon toebereidden en ging naar de dichtstbijzijnde thee-café om een waterpijp te roken, thee te drinken en gewoon voor de maaltijd zich te ontspannen.
In de tussentijd sneed zijn vrouw het vlees in kleine stukken, steekt het op de vleesspiesen en nodigde haar beste vriendinnen uit om van haar schisch-kebab te komen eten. Kort nadat de gasten wegwaren, kwam de Hodja terug. Hij geloofde zijn ogen niet toen hij als middageten een bord met soep voorgeschoteld kreeg.
Waar is het vlees, wilde hij weten.
Oh de kat heeft het gevreten, antwoordde zijn vrouw.
Maar ik heb 3 kilo vlees gekocht
De Hodja ging naar buiten en haalde de kat. Het was een heel jonge kleine kat.
Hij pakte een weegschaal, woog de kat en riep luid:
Zij weegt precies 3 kilo! Nou als dit het vlees is, waar is dan de kat? Als dit de kat is waar is dan het vlees gebleven?

Hoe is het daar

Een reizende prediker bezocht een keer Aksehir en vroeg aan de Hodja:
Hoe is de plaats waar wij vandaan komen en een keer weer heen gaan?
Nou, ik geloof dat het er bijzonder verschrikkelijk is, antwoordde de Hodja.
Hoe weet je dat ? Vroeg de prediker.
Baby's worden in deze wereld geboren en huilen. En ook de meeste mensen verlaten slechts met tegenzin deze wereld en ze huilen ook .

Het tegendeel

Iemand vroeg aan de Hodja: - Waar zit jouw neus ?
Om deze vraag te beantwoorden, wees de Hodja op het bovenste deel van zijn nek. De man begon hem uit te lachen en zei:
Hodja je weet niet eens wat voor en achter is
De Hodja zei:
Nou, als jij nog niet eens de achterkant van iets kent, hoe kun je dan de voorkant kennen?

Onbetaalbaar

Op een dag vroeg Sultan Timur aan de Hodja:
Hoeveel , denk je, dat ik waard ben?
De sultan verwachte als antwoord een onvoorstelbaar hoog bedrag en was gechoqueerd toen, de Hodja antwoordde:
Enige goudstukken, excellentie!
Maar Hodja, alleen mijn kleding die ik draag is al zoveel waard.
Natuurlijk, antwoordde de Hodja, dat is ook waaraan ik gedacht heb. Dat wat in de kleding steekt, kan men niet betalen.

Altijd dankbaar

Op een hete zomerdag werkte de Hodja met blote voeten op zijn boerderij. Plotseling trapte hij op een spitse doorn, die diep in zijn voet drong.
De Hodja riep:
Oh Allah, ik dank je voor deze zegen. Ik ben zo blij, dat ik mijn nieuwe schoenen niet aanhad.

Nasreddin Hodja en de gierige

De Hodja gaat op bezoek bij iemand die bekend staat om zijn gierigheid.
De man biedt de Hodja een schotel met honing en oud uitgedroogd brood aan.
De Hodja lukt het niet in het brood te bijten waarop hij het brood, boos naast zich neerlegd en de honing met een lepel eet.
De gierige man kijkt hem verbaasd aan en zegt:
Hodja als je de honing zonder brood eet, dan brandt het van binnen.
De Hodja doet net alsof hij niets hoort en eet het hele bord leeg waarna hij zegt:
Allah weet wie van binnen brandt.

De Hodja als veerman

Nasreddin Hodja bracht als veerman een man bij stormig weer naar de overkant van het meer. Toen de Hodja iets zei wat grammatikalisch niet klopte, vroeg de geleerde : Heeft u dan nooit grammatica geleerd ?
Nee
Dan is de helft van je leven weggegooid geweest.
Enkele minuten later draait zich de Hodja om en zegt tegen zijn passagier:
Heeft u ooit zwemmen geleerd ?
Nee, hoezo?
Dan is uw hele leven weggegooid, wij zinken namelijk!

Nasreddin en het meer uit joghurt

De Hodja zat aan de rand van het meer met op zijn schoot een pan en in zijn hand een lepel. Een van zijn bekenden ziet toevallig hoe de Hodja met de lepel iets uit de pan in het meer gooit. Nieuwsgierig geworden gaat hij naar de Hodja en vraagt:
Hodja wat doe je?
De Hodja antwoordde heel serieus:
Ik gooi joghurtferment in het meer.
De man zegt:
Laat me niet lachen, je wilt van het hele meer joghurt maken. Het joghurtferment werkt in het water niet .
De Hodja schudt zijn hoofd en zegt: Ja dat weet ik ook, maar stel je eens voor dat het lukt.

Nasreddin Hodja en de schepping

De Hodja zat op een dag onder een kersenboom uitterusten en keek op een veld met meloenen.
Hij vroeg zich af waarom de meloenen op struiken aan de grond groeien en kersen aan bomen.
Op dat moment viel een kers op zijn hoofd en de Hodja riep :
Geprezen zij Allah, Hij weet waarom Hij geen meloenen aan bomen laat groeien.

De geboorte van een pan

De Hodja leende van zijn buurman een kookpan.
Een paar dagen later, bracht de Hodja de pan terug met erin een kleinere pan.
De buurman vroeg verbaasd:
Wat is met deze kleine pan?
De Hodja:
Jouw pan baarde deze kleine pan, gefeliciteerd!
De buurman was natuurlijk zeer tevreden.
Na een week wilde de Hodja een grotere pan lenen.
De buurman gaf het maar al te graag in de hoop op een nieuw "kind".
Vele dagen gingen voorbij maar de buurman hoorde niets van de Hodja en de pan was nog steeds niet terug. Uiteindelijk ging de buurman naar Hodja's huis en vroeg wanneer hij de pan terug kon krijgen.
De Hodja antwoorde bedroefd :
Het spijt me buurman, je pan is gisteren avond gestorven.
De buurman nerveus: "Kom zeg hoe kan een pan nou sterven?
De Hodja :
Je geloofde zelf dat een pan kan baren, als een pan kan baren dan kan het ook sterven.

De dood van de ezel

Toen de Hodja zijn lieve vrouw verloor, was zijn hart gebroken.
Al zijn vrienden en buren probeerden hem moed en troost te geven, ze zeiden:
Maak je geen zorgen, Hodja! Wij zullen je helpen een nog betere vrouw voor je te vinden !
Korte tijd later stierf ook zijn ezel. De Hodja scheen echter over het verlies van zijn ezel meer te klagen dan over het verlies van zijn vrouw.
Enige vrienden die dit bemerkten, kwamen daarom naar hem De Hodja zei tegen hun:
Toen mijn vrouw stierf beloofden al mijn vrienden een nog betere vrouw voor mij te vinden .
Maar tot nu toe heeft nog niemand aangeboden mijn ezel te vervangen.

Als ik erop had gezeten

Op een dag raakte de ezel van de Hodja zoek.
Met plezier zocht hij zijn ezel.
Toen de mensen hem zagen, konden ze niet verklaren , waarom hij zo gelukkig was, en wilden weten waarom.
De Hodja verklaarde:
Ik ben blij dat ik niet op de ezel zat , anders zou ik ook zoek geraakt zijn.

Een onervaren nachtegaal

Op een dag wilde de Hodja verse vruchten eten, daarom sluipde hij in een vreemde tuin.
Daar klom hij in een boom en at alle vruchten die in zijn bereik waren.
Iets later kwam de tuinbezitter en vroeg boos:
Wat doe jij daar boven?
De Hodja probeerde zich eruit te praten en zei met een zoete stem:
Oh, mijn heer, ik ben maar een nachtegaal en zit hier boven en zing!
De man amuseerde zich daarover en zei lachend:
- Zo dus. je bent een nachtegaal? Dan laat mij maar eens jouw zang horen !
De Hodja maakte rare gezichtsuitdrukkingen en liet merkwaardige tonen van zich horen.
De eigenaar barste in lachen uit en zei:
Man, wat voor een manier van zingen is dat? Ik heb nog nooit eerder een nachtegaal zo horen zingen !
De Hodja zei:
Ja, een onervaren nachtegaal zingt nu eenmaal op zo een manier .

Misschien neemt hij jou mee

Een keer moest de Hodja in bed blijven omdat hij ernstig ziek was.
Maar ondanks zijn ziekte kon hij nog grappen maken.
Zijn vrouw was zeer bezorgd om haar man en kon haar tranen niet bedwingen.
Toen de Hodja haar huilen zag, zei hij tegen haar :
Waarom huil je, liefste ? Ga en was je gezicht, trek je mooiste kleed aan en glimlach!
Maar Hodja, zei ze, dat kan ik niet, als jij zo een pijn moet lijden.
Jawel, antwoordde de Hodja. Omdat ik weet, dat de engel des doods binnenkort zal komen. En als hij ziet, hoe mooi je bent, dan verandert hij misschien zijn mening en neemt jou in plaats van mij mee.

Hij neemt nooit zijn woord terug

Een vriend van de hodja vroeg hem:
Hoe oud ben je eigenlijk ?
40, antwoordde de hodja.
Maar dat heb je een paar jaar geleden ook al gezegd.
Ja, antwoorde de hodja, ik neem nooit mijn woord terug.

Een geleerde man

Een boer bracht de hodja een brief en vroeg hem , of hij de brief kon voorlezen.
- Het handschrift is zo slecht, dat ik het niet kan lezen, zei de hodja.
De man werd boos en zei:
- Je draagt een turban van een geleerde en kunt niet eens een brief lezen!
De hodja zette zijn turban af, legde het voor zich neer en zei:
Als je denkt, dat een ieder die een turban draagt, een geleerde is, dan zet je hem op en kijkt, of je de brief lezen kunt !

Een droom

Op een hete zomerdag hield de hodja op zijn veranda een dutje, toen hij droomde, beloofde hem een vreemde man, 10 goudstukken te geven.
De vreemde man telde ze een voor een in zijn hand, totdat hij bij het 10e goudstuk aankwam, welke hij hem alleen met moeite geven wilde.
Kom op, Waarop wacht je?, zei de hodja. Je hebt me er tien beloofd!
Precies op dat ogenblik ontwaakte hij, keek meteen op zijn hand en zag, dat zijn hand leeg was.
Hij sloot snel zijn ogen, strekte zijn hand uit en zei:
Ok, ik ben ook met negen tevreden!

H et zal binnenkort voorbij zijn

Een buurman kwam naar de hodja en zei :
Hodja, wij hebben je nodig. Kom snel naar ons huis. Mijn vrouw en mijn schoonzus maken ruzie.
Waarover dan? Wilde de hodja weten. Over hun leeftijd of over hun uiterlijk ?
Nee, over iets anders, antwoordde de buurman.
Dan ga naar huis en maak je geen zorgen, zei de hodja vol vertrouwen. Ik ben zeker dat de ruzie gauw over is.

Oude azijn

Op een dag kwam een vriend naar de hodja en zei tegen hem :
Ik heb gehoord , dat je azijn hebt, die 40 jaar oud is. Kan ik daar iets van krijgen?
Absoluut niet, antwoordde de hodja, als ik constant iets van de azijn had weggegeven, zou het nu niet 40 jaar oud zijn.

Mijn ogen doen pijn

Een boer kwam naar de hodja en klaagde over zijn oogpijn, hij vroeg om raad.
Korte tijd geleden had ik tandpijn. De tandpijn hield niet op, totdat ik de tand eruit liet trekken.

Kinderopvoeding

Op een dag zei de hodja tegen zijn zoon, dat hij naar de waterbron moest gaan, om water te halen.
Daarbij legde hij uit dat hij de kruik niet kapot moest laat vallen, en gaf zijn zoon een pak slaag.
Hodja waarom sla je je zoon, als hij toch niets verkeerds heeft gedaan?
Nadat hij de kruik kapot heeft laten gaan, zou het toch te laat zijn om hem een pak slaag te geven, of niet soms?

Inkopen

De hodja ging op een dag naar de bazaar, om enkele kledingsstukken te kopen.
Hij zocht zich een mooie broek uit en de verkoper verpakte het voor hem.
Op dat moment veranderde de Hodja van mening en wilde liever een lichte jas hebben.
Geef mij in plaats van de broek liever een jas. Nadat hij zich een mooie jas had uitgezocht, verpakte de verkoper de jas en gaf het aan de hodja. Toen de hodja ermee wegliep, riep de verkoper hem terug.
Mijn heer, u heeft de jas nog niet betaald.
Maar daarvoor heb ik de broek achtergelaten, verklaarde de hodja.
Maar u heeft de broek nog niet betaald!
Natuurlijk niet. Waarom zou ik voor een broek betalen , die ik niet meeneem.

De aarde zou omvallen

Op een dag vroeg iemand aan de hodja :
Hoe komt het eigenlijk dat, zodra het dag wordt iedereen opstaat en in verschillende richtingen gaat?
Omdat, zei de hodja , als iedereen in dezelfde richting zou gaan, de aarde zou omvallen.

De lening

Op een dag vroeg een vriend om een lening en beloofde de Hodja, het in twee weken terug te betalen.
De Hodja geloofde hem niet, maar gaf hem toch het geld.
Tot zijn verrassing hield de man zich aan zijn woord en gaf het geld op tijd terug.
Na een paar maanden kwam dezelfde man nog een keer terug en wilde een nieuwe lening van de Hodja. Hij zei:
Je weet, dat ik te vertrouwen ben. De vorige keer heb ik je het geld op tijd terug betaald.
Je zult deze keer geen geld meer krijgen, zei de Hodja.
Je hebt me de vorige keer bedrogen doordat je me het geld terug hebt betaald,
Hoewel ik dacht dat je het geld niet terug zou geven.
-Ik laat me niet nog een keer bedriegen door jou!

Het paleis van de shah

Een rijke Perser kwam naar Aksehir en schepte op over de reusachtige paleizen, die de Shah in Isfahan gebouwd had.
Van enkele beweerde hij, dat ze meer dan tweehonderd ruimten en duizenden vierkante meter aan vloer hebben.
De Hodja onderbrak hem en zei:
Ach, dat is niets! Je moest eens de gebouwen zien die de Sultan in onze hoofdstad Bursa gebouwd heeft.
Hij heeft net een ziekenhuis laten bouwen die drieduizend meter lang is en
Op dat ogenblik kwam een andere Perser naar binnen , hij was net uit Bursa teruggekomen.En dertig meter breed, ging de Hodja door.
Nou dat lijkt mij een komisch gebouw te zijn. Waarom staat de breedte in zo een verhouding tot de lengte?
Omdat, antwoordde de Hodja, jouw vriend zo plotseling uit Bursa terugkwam!

Het gezang van de Hodja

De Hodja ging op een dag naar het Turkse bad.
Omdat hij de enige was in het bad, begon hij, luid en duidelijk te zingen, hij vond zijn zang mooi, en had zich ervan overtuigd, dat hij een goede stem had.
Na het bad, klom hij op het minaret en begon, voor de oproep van het middagsgebed te zingen.
Zijn stem veroorzaakte een oproer op het voorplein.
Iemand schreeuwde uit de menigte:
Hodja wat doe jij daar boven? Het is niet jouw taak, om voor het gebed om te roepen. En bovendien klink je als een kraai .
De Hodja boog zich voorover en schreeuwde uitdagend terug:
Bouw hier boven een Turks bad met marmermuren, en jullie zullen zien, wat voor een mooie stem ik heb.

De uitnodiging op het bruiloft

De Hodja zag hoe in een huis van de buren , een bruiloftsfeest werd gehouden en wenste zich, dat hij er ook bij kon zijn.
Plotseling kwam hij op een idee.
Hij vouwde een stuk papier, deed het in een envelop, klopte op de deur en zei:
Hier is mijn uitnodiging voor jullie bruiloftsfeest, mijn vriend.
Daarna betrad hij trots het huis, zette zich aan een grote tafel en begon van alle delicatessen te genieten, die zo smaakvol toebereidt waren.
De gastheer opende het envelop, nam het papier eruit en zei:
Het papier is onbeschreven. Er staat niets op.
Ik had grote haast, verklaarde de Hodja, en jouw bediende had geen tijd om mij de uitnodiging op te schrijven.

Een ruzie

Een keer toen de Hodja de prediker van de stad was, kreeg hij ruzie met de burgemeester.
Het noodlot bepaalde, dat korte tijd na de ruzie de burgemeester overleed.
De mensen uit de stad kwamen naar de Hodja en zeiden:
De burgemeester is overleden. Kom en doe de ceremonie voor deze begravenis. Je moet het gebed voor de doden voor hem bidden.
Waarom? Het zal niet baten, antwoordde de Hodja. Wij hadden ruzie met elkaar en hij wilde toen al niet naar mij luisteren.

Boogschieten

Een keer nam Koning Timur de Hodja mee naar de oefenvelden voor het boogschieten.
De Hodja zei zelfingenomen:
Ik ben een goede boogschieter
De koning geloofde hem niet en wilde een bewijs, indien hij de Hodja beveelde, een boog te nemen en enige pijlen op de schijf te schieten. De eerste, die de Hodja schoot, miste de schijf totaal. De Hodja lachte:
Dat is, zoals de chef van de politie schiet.
Het tweede schot miste de schijf ook. De Hodja lachte weer:
Dat is zoals de burgemeester schiet.
Het derde schot raakte de schijf in het midden. Dit keer was het lachen ongedwongen.
En dat is, zoals Nasreddin Hodja schiet.